Als by-line zou je het ook Huwelijksuitzet 2.0 kunnen noemen. Of, om het op zijn Boudewijns te zeggen, na 42 jaren in dit leven maak ik het bestek op van mijn jeugd. 

Onze eerste romantische dinertjes, en de vele Boergondische uitspattingen die ze allemaal moesten meemaken, de duizenden keren dat ze in de vaatwasser belandden… het werd voor de dennehouten bestekjes op de duur allemaal te veel, en ze geraakten in een sukkelstraatje. Maar het was prima kwaliteit geweest, en om ze dan maar meedogenloos naar de schroothoop te verwijzen was voor deze houtbewerker een Bridge Too Far. Ik zou dat wel een keer gaan fixen.

Het begon al met de keuze van het hout. Om opnieuw met Scandinavisch dennenhout te vertrekken leek het me toch wat de Goden uitdagen, vooral omdat het helemaal niet evident was om een goede dense kwaliteit van hout te vinden. Eik was ook uitgesloten, zou te snel zwart worden, beuk of perelaar had wel gekund, maar met de rozige kleur toch niet ideaal. Tenslotte werd het buxus, die wordt ook al gebruikt voor geweerkolven, dat zou al moeten lukken. Een eerste voorproefje met een paar stukjes die enkele maanden meedraaiden in het huishouden leken wel in de goede richting te wijzen.

Je ziet het, het was toch wel hoogtijd om de oudjes een facelift te geven…

Tijd voor een fase III onderzoek op grote schaal dit keer. Maar toen we de rekenmachine uithaalden, en begonnen uit te rekenen hoeveel stukjes de 12 messen, 12 vorken, 12 lepels en hun ditto kleine broertjes en zusjes wel  vertegenwoordigden kwamen we algauw op 144 stuks… toch een beetje heel veel veel voor handwerk.

Een mooie gelegenheid om eens wat nieuwe technieken uit te proberen. In ons hout-atelier in Gaillac hebben we nog een vintage CNC machine staan, mooi spul, dat dateert van 1998, het wordt bediend door een even oude PC die nog draait onder…. Windows XP [voor de jonkies: dit is het operating system voor PC’s in het tijdperk van de dinosauriërs, dus je weet meteen hoe je me moet catalogeren]. En in beeld heb je ook Guillaume (en Aster), die me hielp met een paar netelige situaties.


Had ik (natuurlijk) nog nooit gedaan, dus dat was een mooie challenge. Het programmatje was Galaad, en ondanks zijn leeftijd kon je er toch behoorlijk veel mee doen. Ook de grappigste en meest ironische handleiding die ik sinds lang had gelezen. Daar werd al menige winter-avond goed mee gevuld, en na een tijdje kon ik de eerste testjes mee gaan doen. 

Het voordeel van een dergelijk design programma is dat je één keer je model definieert (of later aanpast), en dat je er in een wip tien virtuele kopietjes kon van maken. Maar vóór ik daar aan toe was moesten we eerst meten. Meten is Weten.

.

O Ja, voor ik het vergeet. CNC is de afkorting voor computer numerical control, the automated control of machining tools (such as drills, lathes, mills) and 3D printers by means of a computer. Daarmee kan je een bovenfreesje met verwisselbare freeskopjes in drie dimensies laten bewegen (X, Y en Z), en als het meevalt in de richting en op de plek die je bedoelde. Zie maar wat ik bedoel. En pas op als je het geluid aan zet, niet voor gevoelige oortjes.

[fusion_video video=”https://www.yesiwood.be/wp-content/uploads/2020/12/HoutenCouvertsVideo-2020.mp4″ video_webm=”” width=”” controls=”” preload=”” loop=”yes” autoplay=”no” mute=”yes” preview_image=”” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” class=”” css_id=”” overlay_color=”” border_radius_top_left=”” border_radius_top_right=”” border_radius_bottom_right=”” border_radius_bottom_left=”” box_shadow=”no” box_shadow_vertical=”” box_shadow_horizontal=”” box_shadow_blur=”0″ box_shadow_spread=”0″ box_shadow_color=”” alignment=”” margin_top=”” margin_bottom=”” /]

.

Zo kunnen we nog wel een tijdje bezig blijven, met de lessons learned, de frustrerende foutjes, de faliekante mislukkingen…Maar goed, dat zullen we maar toedekken met de mantel der liefde. Uiteindelijk was het resultaat er.

.

Ik zie een slimmerik al opmerken ‘Waarom al die kleine stukjes buxus? Toch makkelijker om direct een groot stuk te nemen?’ Zo makkelijk is het niet. Buxus is een heel traag groeiende boomsoort, om een stammetje van een 30 cm diameter te krijgen moet je al gauw 150 jaar geduld hebben. Dus moet je werken met kleinere takken, en daaruit de meest regelmatige stukjes oppikken. Ik maakte een hele serie identieke stukjes, allemaal precies even dik, en kleefde ze uiteindelijk met warmlijm op mallen vast, telkens op dezelfde plaats.

Klaar, zou je denken. Mis. Deze keer zouden we onze doetjes beschermen voor de eeuwigheid, of in ieder geval al voor de vaatwasser om mee te beginnen. Makkelijk gezegd, maar hoe? Digitale speurtochten leidden uiteindelijk naar een stabilizerende hars waarmee je het hout helemaal kon impregneren en vaatwasbestendig maken. Dé oplossing. Er waren maar een paar kleine details:

  • de houten stukjes moesten superdroog zijn, het beste was ze in een oven van 100ºC een 24 uur te laten uithijgen. Toen ik dat uitprobeerde met mijn oude oventje in mijn atelier zag mijn lieve echtgenote plots zwarte rook uit de vensters walmen, de rest bespaar ik je, maar ik heb het niet meer opnieuw gewaagd. Zes maanden boven de centrale verwarmingsketel ( voor het hout wel te verstaan) waren uiteindelijk een waardig alternatief
  • de hars moest onder vacuum worden in het hout geperst. Het werd een hele labo-constructie, Prof. Gobelijn waardig, de ene keer lukte al beter dan de andere
  • eenmaal goed geimpregneerd moest de hars nog uitharden onder hoge temperatuur, in principe een 30 minuutjes op 90 graden, dat heet thermische polymerisatie. Toevallig kwam het net goed uit dat mijn lieve echtgenote een lange tijd afwezig was, dan konden ondertussen al de gemoederen wat bekoelen.

Nog even geduld, we zijn er bijna. Het boeltje moest bij elkaar worden gehouden met messing klinknagels. Begin maar eens te zoeken, het is als een klinknagel in een hooiberg. Uiteindelijk vond ik bij Dictum in Duitsland wat ik zocht, mooi spul.

Last but not least, de hechtjes moesten nog wat uitgeboord worden, en toen ontdekte ik dat inox ongeveer het hardste staal is wat je maar kan bedenken, en dat het gewone metaalboortjes voor ontbijt lust. Dus nog even inox-boortjes opsnorren, zelfs die kregen het lastig, maar het lukte toch uiteindelijk.

En ik weet nu ondertussen, twee jaar verder, wel héél goed hoe de vork aan de steel zit…

Bon Appétit!