Het begon een hele tijd geleden, in 2018.
Het klonk een beetje zo:
“Hallo Drew,
Waarschijnlijk zal het je niet direct interesseren, maar toch even vragen. In ons hout-atelier in Gaillac heeft iemand een enorme « if » in zijn tuin laten vellen. In het nederlands is dat een Taxus baccata, Engels Yew, eenmaal verzaagd zal het naar alle waarschijnlijkheid prachtige onregelmatige tafelbladen opleveren.
Ons clubje doet nu een rondvraag wie geïnteresseerd is om mee te doen, we zouden een mobiele zaag laten komen om hem in ‘schellen’ in de lengte te laten verzagen. Ik doe zelf niet mee, maar voor je droom-projektje van een live edge tafel zou het zeker kunnen. Dan zorg ik wel ooit voor het transport en de afwerking, pootjes en zo.
Laat maar iets weten, het is nog verre van zeker dat we dit gaan ook echt gaan doen.”
Stomstomstom van mij natuurlijk om zoiets te vragen. Het mailtje was nog niet koud, of Drew antwoordde al zonder omwegen :”Graag”. De wedloop tegen de tijd kon beginnen.
Enkele maanden later gingen we het ook echt doen. Ach had ik maar…
Gelukkig kon ik het zaagwerk en de project-coordinatie uitbesteden aan Denis, die dat fantastisch deed. En een (klein) bakje Westfleteren [The King of Beers, the Beer of Kings] leverde mij bij hem een eeuwigdurende dankbaarheid op. Er waren wel een paar ijzeren souvenirkes hier en daar in de stam terug te vinden…
De plankjes werden netjes geleverd, en het sorteren en triëren kon beginnen. Er waren hier en daar behoorlijk wat beschadigde plekjes, dus het werd een leuke puzzle om zoveel mogelijk tafel uit die stukken te krijgen.
De ruwe planken waren er toen al wel, het Echte Werk kon beginnen. Eerst de Design fase. Afzonderlijk waren de planken niet breed genoeg voor een tafel, dus moesten ze aan mekaar worden gezet en gelijmd. Maar Kiezen is Verliezen. Welke live edge zouden we opofferen? Uiteindelijk werden de drie stukken finaal naast elkaar gevlijd, en zaagden we een vlijmscherpe rand tussen de drie delen. Een makkie, ze wogen elk maar een 50 kilo of zo…
Ik kreeg al een visioen van het eindresultaat:
Next Step. Die dingetjes moesten aan mekaar worden gelijmd. De planken waren wel droog, maar het onregelmatig hout en de vele kieren en knopen konden anders nog wel voor leuke verrassingen zorgen…
Uiteindelijk werd het een combinatie van Festool domino’s, Titebond III houtlijm, en verzonken bouten aan de onderkant van het blad, om alles stevig bij mekaar te houden.
… gevolgd door de Big Job. De drie verschillende delen hadden een hoogteverschil van een 2 cm bovenaan ( en voor de snuggere lezer dus ook 2 cm onderaan), en die werden best weggewerkt en uitgevlakt. Het werd uiteindelijk een meer-maanden project met een bovenfrees op een slede gemonteerd, en het ging wel vlotjes, maar als je telkens een 3 mm afhaalt van een 7 vierkante meter, dan ben je wel even zoet. Mijn maatjes in het atelier werden hoorndol van het lawijt, en ik stond knie-diep in de schavelingen. Deep shit.
Eindelijk waren we effen geraakt. Maar we zaten met nog een paar kraters in het maanlandschap, die we onmogelijk konden negeren. Dus hebben we er maar een paar prothesekes aan toegevoegd. Het was wel aan de onderkant, dus enkel voor de echte kenners ontdekbaar. Zonder tafelmanieren zich onthouden.
… ware het niet van de tientallen spleten en gaten en kieren die overal nog te zien en te voelen waren. Epoxy werd het antwoord, zwart als de Zuidfranse sterrennacht. Een bijzonder materiaal, waar ik nul ervaring mee had, een wereldprimeur voor ondergetekende. Denis wel, en die schoot ter hulp. Met horrorverhalen over hoe creepy dat spul wel was, door de kleinste gaten en spleten gehoorzaamt het 200% onverbiddelijk aan de wetten der zwaartekracht. Bleek dat je alle gaatjes en boordjes en kantjes compleet moest sealen, want elke vergetelheid zou genadeloos gestraft worden. Eén foutje, en je wordt s’ochtends wakker in een zee van epoxy onder je werkstuk.
Wij dus maar al die kiertjes afdichten met siliconen, tape, lijmpistool. En eenmaal dat gedaan, werden alle plekjes in-gepenseeld met een dun laagje epoxy om te beletten dat er zich bubbeltjes zouden vormen, la vie est nulle sans bulles. Een monikenwerkje dus (we waren niet voor niets aan het werk in de abdij van Castelrouge bij de Paters Epicuristen), uiteindelijk werden de spleten onderaan dichtgeslicoond en getaped, en bovenaan bouwden we dijkjes rond alle gaten en kieren van siliconen of warmlijm.
Het GietAvontuur kon beginnen. De dosering is nogal precies, en je wil er ook niet teveel van klaarmaken van het goedje, want na 12 uur is het al hard, en na 24 uur keihard. Dus een beetje gieten, en later voor de kleinere plekjes met een spuitje alles netjes afdekken. 24 uur later: retouchkes. 48 uur later: retouchkes, 72 uur later: retouchkes, en ga maar door. Na een weekje was het ongeveer toonbaar, enkele dagen laten uitharden en dan alle silicoontjes weer wegstrippen. Silicon Hill eerder dan Silicon Valley
Uiteindelijk, na veel (letterlijke) Ups en Downs, was het bladje klaar om geschuurd te worden. En het Schuren duurde Uren. Je begint met een korrel 60, daarna 80, daarna 100, gevolgd door 120, 150, 180, 240 en 280. En toen was het welletjes. Tijd voor het volgende avontuur.
We hadden al menig hoofd gebroken over de afwerking en de bescherming, en menig sterk staaltje uitgeprobeerd. PolyUrethaan vernis, Tung Oil, Danish Oil, Boenwas, Beits, enfin, allemaal leuke experimenten, tot we op een Ultra-matte parket-vernis Skylt uitkwamen. Dutch stuff, Drew en Evi wipten even over de grens, en waren erdoor bekoord. Het belandde in Frankrijk, en werd uitgetest op de onderkant van het blad. Yes! Gelukt! Na een viertal uur begon ik me echt af te vragen of ik het blad wel had behandeld, er was geen spoor meer van te zien, behalve tot je er water op liet vallen… Knap product, dat zou dus wel lukken
En toen op een mooie herfstdag- we schrijven 2020 – was alles klaar en af. Peter maakte nog een kunstzinnig memento-tje voor de onderkant, en wat we eerst voorzien hadden als een grote vernissage (letterlijk dan) met honderden vriendjes uit Gaillac werd door Ms Corona wijselijk beperkt tot Denis. Maar feestelijk was het wel, dat gevoel van opluchting.
De dag erop werd het onding vakkundig door Peter gestouwd in de Vito van Jef (*dankedankedanke), en er kwamen nog een paar spulletjes bovenop. Tijd voor het Hoge Noorden.

The final stretch. Nog een klein tripje tot Brasschaat, en ik stond eindelijk op een goed blaadje bij Drew en Evi. En nu moet het nog op zijn eigen pootjes leren staan, maar daar zijn ze nog niet helemaal uit. Komt goe.





















































